Senaat praat over optreden van zbo’s in parlement

Als de Eerste of Tweede Kamer een medewerker van een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) wil uitnodigen, dan zou dat verzoek gedaan moeten worden via de minister of staatssecretaris. Deze stelling van minister Stef Blok komt dinsdag aan de orde in de Eerste Kamer.

Eerste Kamer (2011)

Eerste Kamer (2011)

Senator Thom de Graaf vroeg in januari om een notitie over ministeriële verantwoordelijkheid bij zbo’s. Deze week reageerde minister Blok (Wonen & Rijksdienst) met een document van twee pagina’s, waarin hij ook ingaat op uitnodigingen voor hoorzittingen en andere bijeenkomsten in het parlement. Het kabinet zei eerder geen bezwaar tegen te hebben tegen het verschijnen van directeuren of voorzitters van verzelfstandigde organisaties, “zolang de ministeriële verantwoordelijkheid hierdoor niet in het geding raakt”.

In de nieuwe notitie gaat Blok terug naar 2007, toen het toenmalige kabinet interne regels voor rijksambtenaren “van overeenkomstige toepassing” verklaarde op zbo’s. Sinds 1998 waren er al Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren, maar deze golden en gelden niet buiten het “beperkte gezagsbereik” van ministers. Dat veranderde niet in 2007. Wel maakte het kabinet toen een Leidraad die dieper inging over de contacten met het parlement. En volgens de begeleidende brief was die Leidraad ook relevant voor zbo’s:

“De ministers zullen de onder hun ministerie ressorterende zelfstandige bestuursorganen informeren dat de Leidraad voor hen van overeenkomstige toepassing is.”

Blok schrijft nu nog eens dat Eerste en Tweede Kamer bestuurders van zbo’s kunnen uitnodigen voor bijvoorbeeld hoorzittingen, “als het gaat om taken waarvoor het betreffende zbo verantwoordelijk is”. En hij tekent daarbij aan:

“Gelet op de (beperkte) verantwoordelijkheid die een bewindspersoon heeft voor een zbo, is het wenselijk dat de minister of staatssecretaris op de hoogte is als een van de Kamers het voornemen heeft om een medewerker van een zbo uit te nodigen, en dat de bewindspersoon ook in de gelegenheid wordt gesteld om de vragen zelf te beantwoorden als hij van mening is dat deze binnen zijn verantwoordelijkheid vallen. Dit past binnen een goede werkrelatie tussen zbo en minister.”

Vragen

Voor de Eerste Kamer, die de notitie heeft gekregen, zijn nog wel enkele vragen te bedenken.

Vindt ook het huidige kabinet in 2014 wat de ministerraad van 2007 vond? Kon de ministerraad destijds een leidraad van overeenkomstige toepassing verklaren op personen die niet onder hun gezag vallen?

Is er nog een onderscheid te maken tussen bestuurders en medewerkers van zbo’s? En tussen feiten en opvattingen?

En hoe is eigenlijk de toepassingspraktijk van de Aanwijzingen en de Leidraad? In de parlementaire documenten zijn voorbeelden van – geclausuleerde – “toestemming” aan zbo’s te vinden, zoals aan DNB, AFM en UWV. Blok schrijft dat het parlement verzoeken via de minister “zou moeten doen”, maar gebeurt dat ook?

Belangrijker is de vraag wat het gewenste regime is. Zou het niet goed zijn als Eerste en Tweede Kamer zonder tussenkomst van de minister zbo’s kunnen uitnodigen? Is het niet vreemd dat ministers “toestemming” verlenen voor activiteiten van organen en mensen die niet onder hun verantwoordelijkheid werken? En zou het parlement zich niet het recht moeten voorbehouden zonder toestemming van bewindslieden te kunnen praten met verzelfstandigde organisaties?

De antwoorden op deze vragen staan niet in de notitie, maar kunnen alsnog aan de orde komen. Op dinsdag 20 mei bespreekt de commissie BZK/AZ van de Eerste Kamer de brief van minister Blok.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s